De gezondheidsdoelstelling


Op 23 oktober 2008 organiseerde de toenmalige Vlaamse minister van Volksgezondheid, Steven Vanackere, een gezondheidsconferentie over voeding en beweging. Daar stelde hij de nieuwe gezondheidsdoelstelling voeding en beweging voor.   De voorbereidingen gingen niet over één nacht ijs. Een werkgroep van deskundigen werkte in de aanloop naar de gezondheidsconferentie een voorstel uit voor de gezondheidsdoelstelling en het actieplan. Dat voorstel werd kritisch besproken door professionelen tijdens 6 provinciale toetsingsdagen vooraleer het op de eigenlijke gezondheidsconferentie werd voorgesteld.

De commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebeleid van het Vlaams Parlement keurde op 12 november 2009 de gezondheidsdoelstelling en het bijhorend actieplan (PDF)  unaniem goed. Op 24 juli 2009 bekrachtigde de Vlaamse Regering die beslissing.
 

De hoofddoelstelling


De hoofddoelstelling luidt:   "Het realiseren van gezondheidswinst op bevolkingsniveau door een stijging van het aantal mensen dat voldoende fysiek actief is, evenwichtig eet en een gezond gewicht nastreeft."
 

5 subdoelstellingen


De hoofddoelstelling is opgesplitst in 5 concretere subdoelstellingen. Voor elke subdoelstelling zijn cijfers vooropgesteld waaraan het succes van de doelstelling kan worden afgemeten.  De subdoelstellingen op een rijtje:

  1. Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat voldoende fysiek actief is om gezondheidswinst te behalen met 10 procentpunten.
  2. Tegen 2015 daalt het percentage sedentaire personen met 10 procentpunten.
  3. Tegen 2015 stijgt het percentage moeders dat met borstvoeding start (gemeten op dag 6) van 64% naar 74%.
  4. Tegen 2015 eten meer mensen evenwichtig overeenkomstig de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek.
  5. Tegen 2015 blijft het percentage personen met een gezond gewicht minstens behouden