Reken uit


Je eet- en bewegingsgewoonten bepalen hoeveel je weegt. Hoe gezond je gewicht precies is, dat kan de weegschaal je niet vertellen. Maar je kan het wel zelf berekenen met de Body Mass Index en de middelomtrek.

Body Mass Index


De Body Mass Index of BMI geeft de verhouding weer van je gewicht ten opzichte van je lengte.

Formule:

BMI = gewicht (in kg) / (lengte (in m) x lengte (in m))

Voorbeeld:

Een vrouw van 1m70 met een gewicht van 69 kg heeft een BMI van 69/ (1,72x1,72) = 23,3. Deze dame heeft volgens de referentiewaarden in onderstaande tabel een gezond gewicht voor haar lengte.

Referentietabel BMI:

Ondergewicht BMI <18,5
Gezond gewicht BMI = 18,5 tot 24,9
Overgewicht BMI = 25 tot 29,9
Obesitas BMI > 30

Zowel overgewicht als ondergewicht zijn ongunstig voor de gezondheid. Let wel: de BMI is maar een indicatie om je gewicht te beoordelen. De berekening houdt geen rekening met de samenstelling van je lichaam, met name hoeveel vet en spieren je hebt.

Middelomtrek


De middelomtrek is een goede aanvulling op de BMI. Het meet de vetophoping in de buikholte. Veel vet ter hoogte van de buik duidt op een aantal gezondheidsrisico’s: meer kans op hart- en vaatziekten, een te hoge cholesterol, hoge bloeddruk en diabetes. Vet ter hoogte van de billen en dijen brengt minder risico met zich mee.

Hoe meten?

Je meet de middelomtrek met een lintmeter op het smalste deel van je taille, ter hoogte van de navel. Je vindt dit punt heel eenvoudig door 2 vingers net onder je onderste rib te plaatsen. Span de lintmeter niet aan en lees het cijfer af aan het einde van een normale uitademing.

Referentiewaarden middelomtrek:

Vrouwen < 80 cm: geen extra risico
80-88cm: verhoogd risico
> 88cm: sterk verhoogd risico
Mannen < 94 cm: geen extra risico
95-102cm: verhoogd risico
102 > sterk verhoogd risico