Eiwitten


Eiwitten vormen de bouwstoffen die onmisbaar zijn voor het lichaam in groei. We hebben ze nodig voor de aanmaak van bloedcellen, enzymen, hormonen en voor het onderhoud en herstel van de lichaamsweefsels. 10 tot 15% van onze dagelijkse energie-inname moet van eiwitten komen. Dit komt overeen met 50 tot 80 g afhankelijk van je leeftijd, geslacht en activiteitsniveau.

Eiwitten vind je zowel terug in dierlijke als plantaardige producten. Dierlijke eiwitten zitten in vlees, vis, eieren en melkproducten. Bronnen van plantaardig eiwit zijn graanproducten (brood, rijst, deegwaren,…), peulvruchten, noten en in mindere mate groenten en aardappelen.

Aminozuren


Eiwitten kan je je voorstellen als een keten van verschillende blokjes: de aminozuren. In het maag-darmkanaal worden de eiwitten uit de voeding gesplitst in aminozuren om zo door het lichaam opgenomen te worden.

De meeste aminozuren maakt ons lichaam zelf aan, maar een aantal moeten we uit onze voeding halen. Dit zijn de zogenaamde ‘essentiële aminozuren’. We eten dus best eiwitten die zo veel mogelijk van deze essentiële aminozuren bevatten. Dierlijke eiwitten bevatten alle essentiële aminozuren in de goede verhouding, plantaardige eiwitten (behalve soja-eiwitten) niet. Vandaar dat je ze onderling of met dierlijke eiwitten moet combineren.

Toch is het niet aangeraden om enkel dierlijke eiwitbronnen te eten. Want je eet dan tegelijk veel verzadigde vetten. Kies daarom voor magere dierlijke producten en wissel af met plantaardige eiwitbronnen. Wie zich houdt aan de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek en voldoende varieert, eet genoeg eiwitten en essentiële aminozuren.